Hoe maak ik efficient gebruik van mijn opzetflitser?

    Opmerking
    In dit artikel ga ik er vanuit dat je je camera in een van de volgende modi hebt staan: P, S, A of M (voor Canon gebruikers: P, Tv, Av of M). In de automatische mode en in de scene modi heb je meestal geen of geen volledige controle over je flitser!


Inleiding

Bij veel fotografen leeft het idee dat eventuele belichtingsproblemen met het aanzetten van de flitser op magische wijze verdwijnen. De flitser gebruik je immers als er te weinig licht is, en de flitser voegt licht toe.
Helaas. De flitser voegt inderdaad licht toe, daarnaast komt met de flitser een heleboel ellende mee... althans: totdat je leert hoe hij werkt.


Het klassieke probleem

Het is donker, en je wilt een portretfoto maken. Onderstaande foto laat de situatie zien:

    portretfoto in donkere omgeving Figuur 1: portret foto in een donkere omgeving
    Nikon D3, f/2, 1/125s, ISO 6400.

Zoals je ziet: ISO 6400, dat is typisch geen ISO waarde die je wilt gebruiken als je nog iets van beeldkwaliteit wilt overhouden. De logische stap is dus: je flitser aanzetten, liefst bij een lage ISO waarde.
Wat gebeurt er als we dat doen? Dat ligt er een beetje aan wat voor camera je hebt: Canon spiegelreflexcamera's zullen de sluitertijd flink lang laten worden*, zodat de achtergrond een mooie hoeveelheid omgevingslicht krijgt. De flitser zorgt vervolgens voor de voorgrond belichting.
*) Pas op: met de persoonlijke voorkeuze: "slits sync. snelheid in Av mode" kun je de sluitertijd op de flitssynchronisatie tijd vastzetten, zorg dus dat deze instelling op "0: standaard" staat.

    portretfoto met flits in donkere omgeving Figuur 2: portret foto met flits in een donkere omgeving
    Nikon D3, f/2, 1/4s, ISO 200, directe flits.

Nikon en Sony gaan hier iets anders mee om: dit soort lange sluitertijden zorgen al snel voor bewegingsonscherpte, dus deze camera's begrenzen de sluitertijd op 1/60s (bij Nikon is dit meestal instelbaar, ik weet niet of dit bij Sony ook zo is). Het resultaat van die keuze:

    portretfoto met flits in donkere omgeving Figuur 3: portret foto met flits in een donkere omgeving
    Nikon D3, f/2, 1/60s, ISO 200, directe flits.

Wat is beter? Geen van beide eigenlijk. Persoonlijk vind ik de zwarte achtergrond niet perse mooi, maar aan de andere kant is een sluitertijd van 1/4 seconde normaal een garantie voor bewegingsonscherpte (hier staat mijn camera op statief, en mijn model zit keurig stil). Gelukkig kun je de andere situatie gemakkelijk instellen:

  • als je als Nikon/Sony gebruiker de Canon methode wilt hebben, zet dan je flitser op 'slow sync' mode (zie gebruiksaanwijzing).
  • als je als Canon gebruiker de Nikon/Sony methode wilt hebben, zet dan de camera op manueel en stel simpelweg 1/60s als sluitertijd in



Mooi licht met de flitser

Wat we hierboven gezien hebben is simpelweg licht toevoegen. Hiermee krijg je typisch geen mooi licht. Mooi licht maken met de flitser is ook mogelijk, en is eenvoudiger dan je zou verwachten. Je zult wel wat theorie moeten leren (blijf lezen!)
Mijn doel is altijd om mooi licht te maken. Ik heb veel liever weinig mooi licht (en dus ruis) in mijn foto dan een foto zonder ruis met verschrikkelijk licht. Ik wil dus mooi licht gaan maken met de flitser, met het volgende als resultaat:

    mooi licht met de flitser Figuur 4: mooi licht met de flitser
    Nikon D3, f/2, 1/60s, ISO 1600, indirecte flits.

Zie je het verschil in detail in de vacht tussen bovenstaande foto's en de 2 flitsfoto's daarboven (tip: onderaan deze pagina staan 2 uitsnedes naast elkaar)?


Hoe maak je mooi licht met de flitser?

Voor ik hieraan begin, wil ik eerst gaan uitleggen wat de flitser doet. Met die basis kan ik gaan uitleggen hoe ik de bovenstaande foto gemaakt heb.


Wat doet een flitser?

Belichting zonder flits

De volgende tekst is een vrije samenvatting van een deel van hoofdstuk 1 van mijn handboek fotografie.
Het belichten van een foto kun je vergelijken met het met water vullen van een emmer. Bij het vullen van die emmer heb je 3 variabelen: hoe ver je de kraan opendraait, tijd en de grootte van de emmer. Deze variabelen zijn vergelijkbaar met respectievelijk: je diafragma (daarmee regel je hoeveel licht naar binnen 'stroomt'), de sluitertijd en de ISO waarde (hoe kleiner de emmer, hoe eerder deze vol is; hoe hoger de ISO waarde, hoe eerder de foto belicht is):

    emmer metafoor Figuur 5: emmer metafoor

Als je de kraan een klein stukje open draait, duurt het lang om de emmer vol te krijgen. Een grote emmer vol krijgen duurt ook langer.
Als je een klein diafragma gebruikt (let op: een klein diafragma krijg je met een groot diafragma getal!), duurt het lang om de foto te belichten. Een foto met een lagere ISO waarde belichten duurt ook langer.


Belichting met flits

Wanneer je de flitser aanzet, krijg je 2 belichtingen: continu licht (omgevingslicht) zoals hierboven uitgelegd plus het flitslicht. Voor de belichting van het flitslicht heb je ook 3 variabelen: diafragma, ISO en flitssterkte. Met flitssterkte bedoel ik: de hoeveelheid licht die van je onderwerp weerkaatst, dit is afhankelijk van de hoeveelheid licht die je flitser geeft, de afstand van je flitser naar je onderwerp en de hoeveelheid licht die door je onderwerp gereflecteerd wordt:

    emmer met flitsbelichting Figuur 6: emmer met flitsbelichting

Veel mensen vragen zich nu af: "waarom heeft de sluitertijd geen invloed op de flitsbelichting?" Het antwoord is: de duur van de flits is over het algemeen 1/1000s - 1/65000s, de kortste sluitertijd waarmee je normaal kunt flitsen is de flits-synchronisatie tijd van je camera (zie handleiding). Bij moderne camera's ligt die flits-synchronisatie tijd meestal in de buurt van 1/250s (bij een enkele camera, zoals de Nikon D70 en D70s, is deze zelfs 1/500s). Met kortere sluitertijden kun je dus niet op normale manier flitsen. Omdat het flitslicht alweer weg is voordat de sluiter dicht gaat, krijg je dus niet meer flitslicht binnen als je voor een langere sluitertijd kiest.


Flitser manueel instellen

Zoals je ziet beinvloed je met je diafragma en ISO waarde zowel de hoeveelheid omgevingslicht als de hoeveelheid flitslicht in je foto. Met je sluitertijd beinvloed je alleen de hoeveelheid omgevingslicht en met de flitssterkte (nogmaals: hoeveelheid flitslicht, afstand van flitser en hoeveelheid reflectie van je onderwerp) beinvloed je alleen de hoeveelheid flitslicht. Wanneer je je flitser manueel instelt, kun je zo dus de verhouding van flitslicht bepalen. De rest van dit artikel gaat over automatisch flitsen (TTL flitsen).


TTL Flitsen

Op zich verandert er aan het verhaal hierboven niet veel als we de flitser van manueel naar TTL zetten. Het belangrijkste dat veranderd, is dat je camera automatisch de flitssterkte gaat veranderen. Dit heeft een aantal gunstige, en een vervelende consequentie.
Gunstig (omdat in alle volgende situaties de hoeveelheid flitslicht automatisch aangepast wordt):

  • je kunt de afstand van de flitser tot het onderwerp varieren
  • je kunt dus ook zonder na te denken via een plafond of muur flitsen
  • je kunt je diafragma en ISO waarde veranderen
Ongunstig:
  • je camera kiest zelf de flitsbelichting, waarmee deze dus afhankelijk wordt van de kleur en reflectie van je onderwerp, en wellicht van de instellingen van je lichtmeter. Concreet: bij een zwart onderwerp moet je de flitscompensatie (zie handleiding) negatief instellen en bij een wit onderwerp positief.


Verhouding tussen omgevingslicht en flitslicht

In figuur 6 is de verhouding tussen flitslicht en omgevingslicht geheel willekeurig op ongeveer 50% voor beide lichtsoorten getekend. Deze verhouding kun je ook anders instellen, bijvoorbeeld 75%-25% of 10%-90%. Wat doet deze verhouding?

Als uitgangspunt heb je 2 verschillende situaties waarbij je wilt flitsen:

  • het omgevingslicht is mooi, maar je onderwerp staat in de schaduw; dit noemen we invulflits
  • het omgevingslicht is niet mooi; hier gebruik je de flitser als hoofd lichtbron
Een voorbeeld van de eerste situatie is een portretfoto met op de achtergrond een zonsondergang, zonder flits zal de achtergrond goed belicht worden, maar wordt het model een silhouette. Een voorbeeld van de tweede situatie is een portretfoto waarbij het model onder een spotlicht staat.


Hoe stel je deze verhoudingen in?

Als je je flitser als invulflits wilt gebruiken, zit je typisch op een normale belichting (of iets daaronder), zoals figuur 7 laat zien:

    invulflits Figuur 7: invulflits

Hier ga je als volgt te werk: met je flitser *uit* stel je belichting zo in dat je achtergrond op de foto komt zoals jij hem wilt hebben. Vaak zit je dan op de normale belichting, of 1/3 stop daaronder. Vervolgens zet je de flitser aan en maak je de foto (misschien dat je nog wat aan je flitscompensatie moet varieren om de flitsbelichting goed te krijgen).

    TIP: Als je een Nikon of Sony spiegelreflex camera hebt: werk dan liever niet met belichtingscompensatie (+/- knopje) om je belichting aan te passen, maar gebruik hiervoor de manuele stand: als je bij Nikon of Sony een belichtingscompensatie van bijvoorbeeld -1 instelt, dan staat ook je flitscompensatie op -1 (ook al laat de camera dat niet zien). Canon werkt in dat opzicht beter: daar kun je wel gewoon belichtingscompensatie gebruiken.

Als je je flitser als hoofdlichtbron wilt gebruiken, wil je een belichting zoals in figuur 8:

    flitser als hoofd lichtbron Figuur 8: flitser als hoofdlichtbron

Hoe stel je dit in? Een stop is een factor 2 in licht, dus als ik mijn foto 1 stop donkerder dan de juiste belichting instel, wordt mijn emmer half gevuld met omgevingslicht (zoals in figuur 6). Bij 2 stops donkerder, wordt de emmer voor een kwart gevuld met omgevingslicht (ga dit na: de helft van de helft!). Bij 3 stops donkerder, wordt de emmer voor een achtste gevuld met omgevingslicht. Om het effect van figuur 8 te krijgen zit je dus typisch 2-3 stops onder de correcte belichting.
Hier ga je als volgt te werk: met je flitser *uit* stel je de belichting op ongeveer -2 tot -3 stops in. Maak nu een testfoto om zeker te zijn dat de foto vrij is van felle lichtpunten (de foto moet behoorlijk donker zijn). Let hierbij op de tip hierboven! Zet vervolgens je flitser aan en maak de foto (ook hier geldt: wellicht moet je wat met je flitscompensatie spelen om de flitsbelichting goed te krijgen).

Als je de cijfers van figuren 1 en 4 vergelijkt, dan zie je dat ik de belichting van de omgeving 1 stop donkerder heb gemaakt (ISO 6400 naar 1600 is 2 stops donkerder, 1/125s naar 1/60s is 1 stop lichter). Ik ben begonnen met -1/3 stop, maar omdat het flitslicht ook de achtergrond verlichtte, heb ik de gewone belichting iets donkerder ingesteld.


Lichtrichting

Het laatste dat je moet weten om de foto uit figuur 4 te begrijpen is het effect van de lichtrichting. Wanneer je direct flitst (flitser flitst recht naar voren), krijg je frontaal licht. Met frontaal licht krijg je in je onderwerp nagenoeg geen schaduwen. Aangezien schaduwen vorm of structuur van je onderwerp laten zien, krijg je een vlak en detailloos effect met de directe flits. In figuur 4 heb ik via een muur aan de rechterkant geflitst, waarmee de vorm van het model veel beter tot uiting komt. In de onderstaande figuur zie je een uitsnede van figuren 2 en 4 naast elkaar:

    direct en indirect geflitste foto's naast elkaar Figuur 9: direct en indirect geflitste foto's naast elkaar

Bij "indirect flitsen", denken veel fotografen meteen aan recht naar boven, of schuin naar voren flitsen. Dit geeft inderdaad minder lelijk licht dan direct flitsen, maar het geeft bijna nooit mooi licht. Waarom niet? Bij een portret foto krijg je over het algemeen flink donkere schaduwen bij de ogen en onder de neus. Veel prettiger is om naar een zijkant of zelfs (schuin) naar de achteren te flitsen! In het hoofdstuk over licht in mijn handboek fotografie wordt uitgebreid uitgelegd wat lichtrichting precies doet.

Heel veel succes!
Freddy Hurkmans


(c) 2017 Freddy Hurkmans, laatste wijziging: 2017-01-10 10:51:54
Freddy Hurkmans beginpagina leren over fotografie: fotografie artikels door Freddy Hurkmans handboek fotografie door Freddy Hurkmans